Antwoorden op de quizvragen uit de nieuwsflits
In de afgelopen nieuwsflits legden we een aantal vragen voor. Zowel de quizvragen alsook de antwoorden vind je hieronder:
Vraag 1
Wat is de geschatte prevalentie van musculoskeletale pijn bij perimenopausale vrouwen?
a) Ongeveer 35%, vergelijkbaar met premenopauzale vrouwen
b) Ongeveer 53%, alleen bij vrouwen met een hoge BMI
c) Ongeveer 71%, met een significant hogere kans dan bij premenopauzale vrouwen (OR 1,63)
d) Ongeveer 90%, voornamelijk gedreven door psychologische factoren
Juist antwoord: c De gepoolde prevalentie van MSP bij perimenopausale vrouwen bedraagt 71% (4144 van 5836 vrouwen, 95% CI: 64–78%). Vergeleken met premenopauzale vrouwen is de kans op MSP significant verhoogd (OR 1,63). Opvallend is dat de kans op matige tot ernstige MSP daarna nog verder toeneemt in de postmenopauze, de ernst stijgt dus lineair door de menopauzale overgang heen.
Vraag 2
Een 48-jarige perimenopausale vrouw meldt zich bij jou met spier- en gewrichtspijn, vermoeidheid, slaapproblemen en prikkelbaarheid. Ze wil geen hormoontherapie gebruiken. Wat kun je haar adviseren over beweging als behandeloptie?
a) Beweging heeft geen bewezen effect op musculoskeletale klachten tijdens de perimenopauze en is daarom niet zinvol als behandeloptie
b) Alleen intensieve krachttraining is effectief; matig-intensieve aerobe beweging heeft onvoldoende effect op pijn en vermoeidheid
c) Matig-intensieve beweging (zowel aerobe als krachttraining ) vermindert aantoonbaar spier- en gewrichtspijn, vermoeidheid en prikkelbaarheid bij milde tot matige perimenopausale klachten
d) Beweging is uitsluitend effectief als aanvulling op hormoontherapie en heeft geen zelfstandig effect
Juist antwoord: c Uit vier gerandomiseerde gecontroleerde studies blijkt dat regelmatige matig-intensieve beweging de totale klachtenscore met gemiddeld 15,7% vermindert. Spier- en gewrichtspijn, vermoeidheid en prikkelbaarheid verbeteren significant. Zowel aerobe beweging (stevig wandelen, joggen) als krachttraining minimaal 2-3 keer per week gedurende 12 weken laat meetbaar effect zien.
Vraag 3
Wanneer is er volgens de Nederlandse NHG-standaard Overgang (2024) sprake van de perimenopauze, en wat is het klinische onderscheid met de postmenopauze?
a) Perimenopauze begint bij de eerste onregelmatige menstruatie en eindigt zodra de menstruatie volledig uitblijft; postmenopauze start direct daarna
b) Perimenopauze is de periode van hormonale en menstruele veranderingen voorafgaand aan de laatste menstruatie, inclusief de eerste 12 maanden daarna; pas na 12 maanden aaneengesloten amenorroe wordt de postmenopauze vastgesteld en dus de menopauze retrospectief bepaald
c) Perimenopauze wordt vastgesteld zodra de FSH-spiegel boven de 25 IE/L stijgt, ongeacht het menstruatiepatroon
d) Perimenopauze duurt precies twee jaar en wordt gevolgd door de postmenopauze zodra klachten zoals opvliegers verdwijnen
Juist antwoord: b De NHG-standaard definieert de perimenopauze als de overgangsfase rondom de laatste menstruatie, gekenmerkt door onregelmatige cycli en overgangsklachten. De menopauze zelf wordt pas achteraf vastgesteld na 12 maanden aaneengesloten amenorroe. Zolang die 12 maanden nog niet verstreken zijn, bevindt een vrouw zich nog in de perimenopauze. Laboratoriumonderzoek zoals FSH is volgens de NHG-standaard bij vrouwen boven de 45 jaar niet nodig voor de diagnose.